Boekentips

Hoi allemaal,

Ik ben Sarah en vandaag ga ik jullie wat boekentips geven.

1.            De GVR
De GVR is grappig, spannend en geeft je het gevoel dat je door moet lezen. Het is geschreven door Roald Dahl, een van de populairste schrijvers ter wereld. Zijn boeken zijn in minstens 20 talen vertaald.

Mini-samenvatting: Dit boek gaat over Sophie is een meisje van 8 jaar. Ze woont in een weeshuis in Londen. Op een nacht, als ze niet kan slapen, kijkt ze uit het raam en ziet dan iets heel groots met armen en benen. Het is de GVR, die met een soort trompet dromen in de hoofden van kinderen gaat blazen. Als hij merkt dat Sophie hem ziet schrikt hij zich een hoedje en neemt haar mee naar Reuzenland, waar ze erachter komt dat hij geen mensen eet, maar snoskommers, dat zijn komkommers maar dan heel vies. Het boek is verfilmd in 1986, toen was het een tekenfilm. In 2016 is het boek nogmaals verfilmd, ditmaal met echte mensen en slechts gebaseerd op het echte verhaal.

2.            Het Ministerie van Oplossingen (Serie)
Het ministerie van Oplossingen is een superleuke, spannende serie over Nina, Alfa, Ruben en Mevrouw Vis. De schrijfster is Sanne Rooseboom. Zij heeft ook het supergrappige boek “Jippie, een humeurig sprookje” geschreven. De serie bestaat uit drie boeken en het vierde boek is onderweg. Alle delen zijn los van elkaar te lezen, maar voor de plezierigste leeservaring (in normale woorden: zodat je alles kan volgen) lees je ze toch maar in de goede volgorde.

Mini-samenvatting over boek 1: Nina is een avontuurlijk meisje van 11 jaar dat niet van stilzitten houdt. Haar vader is postbode en als hij op een dag een brief aan het mysterieuze Ministerie van Oplossingen mee naar huis neemt, schreeuwt die er natuurlijk om gelezen te worden. De brief is van de 9-jarige Ruben die op school gepest wordt door de gemene Sophia en haar vriendinnen. Hij hoopt dat het ministerie hem kan helpen dit op te lossen. Nina besluit dan om samen met haar beste vriendin, Alfa, Ruben te gaan helpen, aangezien zo’n ministerie natuurlijk niet echt bestaat. Maar dankzij Ruben en zijn stokoude buurvrouw Janneke Vis ontdekken ze dat ze zich daarin vergissen: er heeft wel degelijk een Ministerie van Oplossingen bestaan. Ze kunnen zelfs meehelpen aan het opnieuw oprichten ervan, als Sophia hun geheim tenminste niet ontdekt…

3.            Het ouderbureau
Het ouderbureau is geschreven door David Baddiel, hij is een bekende Britse komiek. Het ouderbureau (The parent agency) is zijn eerste kinderboek. Intussen heeft hij nog meer kinderboeken geschreven, zoals Jarige Job, de Mysterieuze Controller en Beestenbende. Zijn nieuwste boek is in augustus uitgekomen en heet Directeur Lolbroek. Die zijn allemaal zeker aandacht waard, maar eerst Het Ouderbureau.

Mini-samenvatting: Het Ouderbureau gaat over Barry Binder. Barry heeft altijd al een hekel aan zijn naam gehad. Sterker nog, het is nummer 2 op zijn lijst met dingen waarvan hij zijn ouders beschuldigt, naast 1) ‘saai zijn’ en 3) ‘altijd moe zijn’. Wanneer hij voor de zoveelste keer ruzie met zijn ouders heeft, doet Barry een wens, en komt hij terecht in een vreemde wereld. Vóór zijn verjaardag (die al over een paar dagen is), moet Barry daar een nieuw paar ouders kiezen.

Je eigen ouders kiezen: dat klinkt een stuk makkelijker dan het is. Gaat hij voor de rijke ouders, voor de sportieve ouders, of voor de wereldberoemde ouders? De tijd begint te dringen, en geen enkel paar ouders lijkt echt bij Barry te passen…

4.            Niet thuis
Niet thuis is een boek van Jacques Vriens. Hij heeft ook Achtste-groepers huilen niet geschreven. Herkenbaar en gelaagd verhaal, voor jongens en meiden vanaf 9 jaar. Door Jacques’ positieve benadering en zijn rake humor doet het onderwerp niet zwaar aan, wat je misschien wel zou verwachten. Het boek is spannend en grappig, het lezen waard.

Mini-samenvatting: Niet thuis gaat over Hannah, een meisje met ouders in vechtscheiding. Hierom woont Hannah in leefgroep De haven, met 6 andere kinderen: Rosalie, Amber, Julius, Mathijs, Twanneke en Bjorn. Dan krijgt Hannah een gesprek tussen een groepsleider en de baas van de leefgroep. Er moet bezuinigt worden in de jeugdzorg en daarom moet De haven gesloten worden!

Maar gelukkig heeft Julius een plan…

Sarah (12 jaar)

Deze boekentips schreef Sarah van de jeugdredactie voor Signaal 61.

De jongen onder water

Adam Baron
[Uitgeverij Billy Bones – ISBN  9789030504085]

Review: Ik kon ‘De jongen onder water’ niet meer wegleggen nadat ik erin was begonnen. Het is spannend, onverwacht, zielig en mooi. Ik moest het uitlezen en het was zelfs zo ontroerend dat ik ervan huilen moest. Steeds dacht ik te weten hoe het verder zou gaan maar dan werd het toch weer heel anders. Zo gaaf!’ Het boek gaat over een jongen (Timon Titus van 9 jaar). Timon heeft nog nooit gezwommen en moet nu met school zwemmen. Zijn vader is overleden en Timon weet niet hoe dat is gebeurt. Hij komt daar achter door een schilderij. 

Spannendste vond ik het stuk waarin Timon’s moeder bijna verdrinkt. 

Meest bijzondere dat ik door het boek heb geleerd is dat er WEL boeken bestaan die me verrassen en zo boeien dat ik het niet weg kan leggen. 

Joséphine (11)

Uitgeverij Billy Bones richt zich op kinderen van 7 tot en met 12 jaar. 

Deze recensie schreef Joséphine van de jeugdredactie voor Signaal 61.

De Eindeling, opgejaagd

Katherine Applegate
[Uitgeverij Billy Bones – ISBN 9789030504351]

Byx is een fantasiewezen. Een Dariene, een hondachtig wezen met magische krachten. Ze is de jongste van haar roedel en ze denkt dat ze de laatste van haar soort is. De Eindeling. Door hun magische krachten worden de Darienes namelijk opgejaagd door oorlog in het verscheurde koningkrijk van Nedarra. Tijdens haar spannende zoektocht naar een veilige plek en andere Darienes leert ze over andere soorten, maakt ze diverse bondgenoten en leert ze meer over diverse legendes.

Mening over het boek:

Ik vind het een enorm leuk boek. Ik hou wel van Fantasy (ben ik door dit boek achtergekomen). Ik vond de omschrijvingen van de wereld en de dieren heel leuk. Zelf zou ik heel graag een Wobbyk en een Dariene willen. Wat ook heel erg leuk is aan het boek, is dat een meisjespup de hoofdrol heeft. En dat ze gered wordt door een stoer mensenmeisje met een gaaf zwaard. Ik ken niet zoveel boeken waarin een meisje de hoofdrol heeft en zo heel dapper en stoer is. Dat Byx kan horen of iemand liegt lijkt me echt super handig om te kunnen. 

Wat ik het spannendste in het boek vond was: Wanneer Byx over de menigte vliegt en wanneer er later in het boek gevochten wordt met de ridder van het vuur. Toen moest ik wel doorlezen ondanks dat ik eigenlijk allang had moeten gaan slapen. 

Wat heb ik er van geleerd: Het boek doet je denken aan hoe mensen voor dieren moeten zorgen in de plaats van dingen doen die de dieren en hun leefomgeving bedreigen. Ook heb ik veel nieuwe begrippen geleerd van het boek omdat er veel moeilijke woorden in voorkwamen die ook werden uitgelegd.

Gelukkig komt het tweede deel van ‘De Eindeling’, dat ‘Ten strijde’ heet bijna uit. De planning is dat het 1 november 2019 uitkomt. Kan niet wachten tot het volgende deel er is.  

Adviesleeftijd: 10-12 jaar

Fictie

Geschikt voor jongens en meisjes

Er komen in dit boek spannende stukjes met gevechten voor. Ik vond het juist leuk en spannend  maar misschien vinden mensen het fijn het te weten.

Josephine (11)

Deze recensie schreef Joséphine van de jeugdredactie voor Signaal 61.

Ada Dappers grote werk- en knutselboek voor topwetenschappers

Andrea Beaty (2018)
[Uitgeverij Nieuwezijds – ISBN 978 90 57125126]

Stel je veel vragen? Is waarom je favoriete woord? Dit boek is voor alle wetenschappers en creatievelingen die graag vragen stellen, het leuk vinden om naar antwoorden te zoeken, proefjes te doen en leuke creaties te maken.

Ada Dapper is bekend van het prentenboek Ada Dapper Wetenschapper, waarin het meisje Ada vol zit met onderzoeksvragen en eindeloos nieuwsgierig is. In dit boek gaat Ada verder met vragen stellen en neemt ze je mee in haar ontdekkingstocht langs verschillende wetenschappen.

Dit grote werk- en knutselboek bij Ada Dapper Wetenschapper bevat meer dan 40 leuke activiteiten om dingen te ontdekken, te tekenen of te maken. Jonge wetenschappers krijgen de kans om alle favoriete wetenschappen van Ada te leren kennen. Van plantenkunde en sterrenkunde tot scheikunde, en alles daartussenin. Ada Dapper leert je hoe wetenschappers te werk gaan en laat je kennismaken met onder andere sterrenkunde, klimaat en duurzame energie, wat is materie en hoe kweek je een plant…..

In dit kleurrijke boek worden stukjes theoretische kennis over wetenschap met mooie heldere illustraties, afgewisseld met leuke proefjes, denk- en creatieve opdrachten. Kennis over de wetenschap en onderzoeksvaardigheden worden op een uitdagende manier gestimuleerd. Achterin het boek is een woordenlijst te vinden waarin de belangrijkste begrippen uit de wetenschap worden uitgelegd.

Toen de 7 en 9-jarige jonge onderzoekers hier thuis het boek in handen kregen, was hun nieuwsgierigheid meteen gewekt. Ze begonnen meteen met lezen en bladerden langs de veelzijdige onderwerpen en opdrachten in dit boek. Ook de humor spreekt aan en maakt de wetenschappelijke materie aantrekkelijk. Je kunt in het boek zelf je bevindingen bijhouden en tekeningen en aantekeningen maken.

Dit boek waarin veel te doen en te ontdekken is, is een echte aanrader voor jonge, nieuwsgierige, creatieve wetenschappers in de dop! Floor Paulissen

Deze recensie verscheen in Signaal 61.

Lizzy-serie

Van signaal kreeg ik de vraag of ik een boek uit de serie Lizzy wou recenseren. Dat wou ik heel graag, want ik hou erg van lezen!

In het hardcover boek dat ik gekregen heb zitten twee delen:

  • Lizzy
  • Nieuwe vrienden

In totaal zijn er 7 delen in de serie. Mijn drie favoriete delen zijn:

  • Op de filmset
  • De première
  • Beste vrienden voor altijd

Maar deze 2 zijn ook heel leuk.

De serie is geschreven door Suzanne Buis die ook een heleboel Floortje boeken heeft geschreven. Floortje ken ik ook en ik herken de schrijfstijl ook wel. De illustrator is Katrien Holland.

Samenvatting
Lizzy (deel 1):
In deel 1 verhuist Lizzy van Amsterdam naar een oude boerderij op het platteland. Dat vindt Lizzy natuurlijk vreselijk! Waarom verzint haar moeder dat? Wat is er überhaupt te beleven in het nergens?! Maar er is toch nog iets te doen. Sowieso als ze Rebecca leert kennen én alle dieren. Zoals een nest met de schattigste puppy’s ooit!

Nieuwe vrienden (deel 2):
Het is vakantie, maar Lizzy heeft heel veel te doen. Zoals haar pup opvoeden. Daar heb je sowieso al heel veel werk aan. En dan moet haar moeder voor haar werk ook nog eens weg. Lizzy kent Rebecca nog niet zo lang, maar ze mag wel komen logeren. Dat wordt nog wel spannend!

In deze boeken is de hoofdpersoon Lizzy (wat een verrassing! 😉). Ze is een vrolijk meisje. En heel nieuwsgierig.
In de straat woont Rebecca. Dat wordt uiteindelijk haar beste vriendin. Samen beleven ze avonturen.

De moeder van Lizzy (Ellen) is een aardige en vrolijke vrouw. Met haar werk verdient ze niet veel. Daarom moeten ze verhuizen van Amsterdam naar de boerderij.

Pluspunten:

  • Het is een heel vrolijk boek.
  • Het is zo geschreven dat je het meteen voor je ziet. Dat had ik bijvoorbeeld bij dit zinnetje: [Ze weet dat haar moeder weinig keuze heeft, maar hier kunnen ze toch echt niet gaan wonen. Het valt haar op dat er nog net geen bordje met onbewoonbaar verklaard hangt!]
  • Je herkent jezelf in de personen.
  • De verhaallijn loopt door, maar je kan de boeken ook door elkaar lezen.

Minpunten:

  • In de boeken weet je aan het eind al wat er in het volgende boek gaat gebeuren.
  • Na een paar keer lezen, word het boek minder leuk.
  • Geen cliffhanger aan het eind van een hoofdstuk, daardoor is het wat minder spannend.

Conclusie:
De Lizzy-boeken zijn heel leuk en vrolijk. Je ziet het voor je, maar het is niet superspannend. Doordat er niet echt cliffhangers in de hoofdstukken zitten, lees je niet zo snel door. Er staat voor kinderen vanaf 9 jaar. Ik denk meer aan 7/8 jarigen. De cover vind ik trouwens heel mooi.

Eva (10 jaar)

[noot van de redactie: deze leeftijdsaanduiding staat op het boek, Suzanne Buis hanteert zelf inderdaad de leeftijdsaanduiding 8 – 12 jaar]

Deze recensie verscheen in Signaal 64. Eva van de jeugdredactie heeft 2 boeken in de serie gelezen en een boekbeschrijving voor ons gemaakt.

Denkgeheimen

Over olifantenpaadjes, hersenscheten, 85 miljard cellen en andere wonderen van ons brein

Sven Graumans (illustraties Marian Latour)

Nadenken is handig, maar kan ook verwarrend zijn. Want waarom denk jij eigenlijk de dingen die je denkt? Heb je die zelf bedacht, of geleerd van anderen? En hoe weet je zeker dat ze waar zijn? Weet je zelf wel altijd precies wat je vindt of lijkt het af en toe echt onzin? Vraag je je ook wel eens af of je eigenlijk wel de baas bent in je eigen hoofd?

Denkgeheimen is een boek over denken, over de vraag wat gedachten zijn en waar je gedachten vandaan komen.

Het boek is ingedeeld in drie delen. In het eerste deel ‘Hersenen en Denken’ gaat het over hoe de hersenen werken als een goed georganiseerde fabriek door middel van 85 miljard cellen en draadjes. Die georganiseerde chaos in de hersenen is als een soort bouwplaats, waar continu veranderingen plaatsvinden door wat we doen en leren. Het leert ons het verschil tussen langzaam en snel denken. Een olifantenpaadje in je hoofd gaat lekker snel, maar wat doe je nou als je misschien liever niet meer wilt denken zoals je altijd denkt. Je komt te weten of één enkele hersencel kan denken en of het je hoofd is dat denkt of dat je ook met je buik, of arm, of je grote teen kan denken.

In het tweede deel ‘Hoe kom je aan gedachten?’ gaat het over dat de zekerheden die we meekrijgen in ons leven misschien wel niet zo zeker zijn als we denken. We moeten een heleboel, maar ‘moet’ het wel echt? En gedachten worden vergeleken met hersenscheten, die soms ineens in je hersenen kunnen oppoppen en hoe je daar het beste mee om kunt gaan. Wat is de invloed van reclame, de invloed van een groep, de evolutie, onze emoties en alles wat we doen op ons denken.

Het laatste deel ‘Je mag alles denken?!’ gaat over de vraag of je alles mag denken, of je kunt stoppen met denken en wie er nu eigenlijk de baas is in je hoofd.

Ik ben enthousiast over dit originele, vrolijke aangeklede boek voor nieuwsgierige denkers. Er worden allerlei interessante denkgeheimen op een begrijpelijke en humoristische wijze ontrafeld. Het staat vol interessante weetjes over ons brein, zoals bijvoorbeeld dat we wel 50.000 gedachten per dag hebben (die we dan niet allemaal serieus hoeven te nemenJ). Het boek bevat grappige illustraties, in kleur gearceerde zinnen in de tekst, kreten in de kantlijn en prikkelende denkvragen aan het eind van elk hoofdstuk om verder over te praten. Het is een aantrekkelijk boek om thuis samen te lezen en te filosoferen, maar zeker ook op school met een groep kinderen. De grappige tekeningen en de leuke manier waarop de denkgeheimen worden uitgelegd vallen in de smaak bij de tienjarige hier in huis.

De auteur heeft dit boek geschreven met de intentie om kinderen bewuster te maken van de werking van hun brein. Het doel is om aan te sluiten bij de interesse en belevingswereld van meer-/hoogbegaafde kinderen. De auteur hoopt deze doelgroep met dit boek extra uitdaging te geven en te prikkelen op het gebied van denken. De leeftijdsindicatie is vanaf ongeveer 11 jaar, maar wat mij betreft is het ook te gebruiken voor jongere kinderen die hier al interesse in hebben. Het is daarbij een dyslexie vriendelijke uitgave.

Denk jij… dat je er klaar voor bent? Veel denkplezier!

Uitgeverij BLOP (2018) , Hilversum

ISBN 978-90-828515-1-9

Floor Paulissen

Deze recensie verscheen in Signaal 62.

Meer dan Intelligent

Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx
ISBN: 9789401446884]


Het boek ‘Meer dan intelligent, de vele gezichten van hoofbegaafdheid bij jongeren en volwassenen’ ziet er veelbelovend uit. Veelbelovend, zo zien we hoogbegaafdheid vaak, maar is dat ook zo? Dat stellen Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx in deze uitgave aan de kaak. Ben je als hoogbegaafde per definitie veelbelovend of zijn er ook valkuilen?

Op de voorkant prijkt een symbolische (maatschappelijke?) ladder. De inhoudsopgave belooft uitleg, vergelijkingen maar vooral tools. Vol verwachting begin ik te lezen. Het boek oogt in eerste instantie vrij theoretisch en droog maar de schrijfstijl is vlot en leesbaar. Mocht je tijd hebben, zou je dit boek in één keer prima uit kunnen lezen, iets wat ik met vergelijkbare theoretische boeken vaak niet heb. Dit heeft ook te maken met de talloze praktijkvoorbeelden die het duo gebruikt om een en ander te illustreren. Dit komt de ene keer beter uit de verf dan de andere. Op het laatst begin ik me wat te storen aan de uitgebreide omschrijvingen van Pieter die bij een multinational in de voedingsindustrie werkt en Bert de vrachtwagenchauffeur.

Het doel van de schrijfsters is om een positieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van mensen met een uitgesproken intellectueel talent. Daar maken ze een start mee door de vergelijking te trekken met sportief of muzikaal talent. Een aardige vergelijking die ik in ieder geval niet eerder had gehoord. Het model van Mönks, het zijnsluik en Carol Dweck passeren de revue. Wat ze toevoegen zijn de zogenaamde embodio’s; de barrières waar de hoogbegaafde mens mogelijk tegen aanloopt. Denk aan jezelf als de norm zien, beschikken over een te lege toolbox en het ervaren van heftige emoties. De laatste twee hoofdstukken richten zich op het trainen van deze embodio’s en de zes succeswetten van intellectueel talent. 

Hier en daar heeft het boek wat weg van een verkapt reclameblaadje voor Exentra, het expertisecentrum waar zij beiden aan verbonden zijn. Er wordt in het boek meerdere malen aan gerefereerd waar het eigenlijk geen toegevoegde waarde heeft. Daarnaast staan er wat spel- en tikfouten in het boek waar ze nog even goed naar moeten kijken. Los van deze kritische noot vind ik ‘Meer dan intelligent’ een aanvulling op de reeds bestaande literatuur over hoogbegaafdheid.

Tamara Bardega

Deze recensie verscheen in Signaal 60.

Succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren

Carl D’hondt & Hilde Van Rossen

[Uitgeverij Garant Antwerpen –Apeldoorn, ISBN 978-90-441-3593-0]

Wat is hoogbegaafdheid nou juist wel en ook vooral niet en wat zijn succesvolle ingrediënten in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren? In het woord vooraf beschrijven de auteurs dat samen met de snelle veranderingen in de samenleving de opvoedingsdruk fors is toegenomen, met gevoelens van machteloosheid en falen als gevolg bij zowel ouders als leerkrachten. Hierdoor wordt er een grote beroep gedaan op een gezonde en stevige basisvisie over opvoeding en het begrijpen van wat hoogbegaafdheid inhoudt. Hoe kun je als ouder in een gezonde basisopvoeding een authentieke, transparante en geduldige houding aannemen?

In het boek worden allereerst misvattingen en mythes over hoogbegaafdheid doorgeprikt aan de hand van een inleidende stelling. De kenmerken van hoofbegaafde kinderen worden verder uitgediept en de mogelijke voor- en nadelen hiervan besproken.

De auteurs beschrijven dat er bij hoogbegaafde kinderen/jongeren er vaak meerdere (tegelijkertijd voorkomende) tegenstrijdige eigenschappen voorkomen. En dat dit samen met de intensiteit van deze eigenschappen de begeleiding en ondersteuning van hoogbegaafde kinderen tot een bijzondere uitdaging maakt. Er bestaan geen toverformules in de opvoeding, maar de begeleiding van je kind in zijn unieke behoeften schept ook een bijzondere band.

De auteurs brengen door middel van hun verhelderende balanstheorie van hoogbegaafdheid deze tegengestelde eigenschappen in kaart. De uitdaging bij het succesvol begeleiden van hoogbegaafde kinderen, zowel in de opvoeding als binnen het onderwijs, is deze tegengestelde eigenschappen te laten uitgroeien tot een passend evenwicht. Dit vond ik een herkenbaar en waardevol deel van het boek.

In dit boek worden vragen uit situaties met hoogbegaafde kinderen binnen het gezin beschreven. Welke valkuilen liggen op de loer? De opvoeding van hoogbegaafde kinderen is soms balanceren op een dun koord, waarin nabijheid en afstand, vrijheid en leiding, zelfsturing en support, aanvaarding en regelvastheid een centrale rol spelen. Auteurs zijn terughoudend in het geven van concrete tips. De auteurs beschrijven echter op een fijne manier herkenbare dagelijkse situaties, vanuit zowel de beleving van ouders als kinderen/jongeren en bieden daarmee wel degelijk veel aanknopingspunten voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen.

Ook komen vragen uit het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen aan bod. Bijvoorbeeld de geheugeneconomie op school, hoe kunnen de leerkrachten het leerrendement verhogen en het gevoel van autonomie verbeteren, gevoel van competentie en motivatie van leerlingen verhogen.

Daarnaast zijn achter in het boek nog een aantal interessante bijlagen te vinden, waarin de onderwerpen uitstelgedrag, gebrek aan zelfvertrouwen en assertiviteit, verschil tussen perfectionisme en het streven naar excellentie, vlijt (‘moeite doen’), zelfspraak en beloning en straf nog verder uitgediept worden.

In het boek zitten indirect vele praktische tips verwerkt en de auteurs hopen de lezer ook te inspireren met de meer theoretische gedeelten. Hoe kun je de behoeften van hoogbegaafde kinderen beter leren doorgronden en daarmee verschillende wegen ontdekken om hun eigen verantwoordelijkheid te stimuleren en ondersteunen. Hun balanstheorie vond ik een interessante benadering, gaf veel (h)erkenning en aanknopingspunten voor de begeleiding van hoogbegaafde kinderen.

Dit boek vind ik zeer de moeite waard voor iedereen die zich verder wil verdiepen in het concept hoogbegaafdheid en de specifieke factoren die de begeleiding van hoogbegaafde kinderen zo complex en tegelijkertijd uitdagend maken. Verwacht geen kant-en-klaar receptenboek, maar een interessante verdieping van het concept hoogbegaafdheid en een genuanceerde visie hoe je hoogbegaafde kinderen en jongeren kunt ondersteunen. Wijze opvoeding is volgende de auteurs als een rugdekking en krachtbron waarop het kind zèlf een beroep kan doen.

De auteurs Carl D’Hondt (orthopedagoog) en Hilde van Rossen (master in de psychologie)van dit boek hebben meer dan 30 jaar ervaring in de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren, hun ouders, leerkrachten en begeleiders.

Floor Paulissen

Deze recensie verscheen in Signaal 61.

Het geheime leven van het tienerbrein

Het geheime leven van het tienerbrein – hoe we onszelf uitvinden

Sarah-Jayne Blakemore (2017)

Het is een fase… Het is een fase… Zelfs de lange fase van tien tot zestien jaar die de adolescentie wordt genoemd.

In dit boek beschrijft neurowetenschapper Sarah-Jayne Blakemore de nieuwste wetenschappelijke inzichten in het tienerbrein. Ze laat zien hoe het tienerbrein zich ontwikkelt, hoe die ontwikkeling ons gedrag beïnvloedt en welke factoren uiteindelijk bepalen wie we worden. Hoe ontwikkelt het brein van tieners zich en welke processen spelen daarbij een rol? Waarom zijn intense vriendschappen met leeftijdsgenoten zo belangrijk voor tieners? Hoe komt het dat tieners makkelijker buitensporige risico’s nemen? En waarom ontstaan veel psychische stoornissen al tijdens de puberteit?

Adolescentie is geen afwijking. We moeten de adolescentie, die loopt vanaf ongeveer een jaar of elf tot ergens begin tot midden in de twintig, niet demoniseren schrijft de auteur. Deze periode is essentieel voor wie we zijn en juist in deze periode zijn de zenuwbanen plooibaar en vieren passie en creativiteit hoogtij. Het adolescentenbrein is geen gestoord of slecht functionerend volwassenbrein.

De adolescentie is een periode van kwetsbaarheid, maar ook een periode van verhoogde creativiteit, nieuwe denkwijzen, energie en passie. Deze fase van de ontwikkeling is essentieel voor het latere denken en voelen. We leggen er de basis voor ons zelfbewustzijn en we vinden onszelf uit.

Op de lange reis van de adolescentie ontwikkelen we een gevoel van zelfidentiteit en begrip voor andere mensen. Hierdoor kunnen adolescenten onafhankelijke volwassenen worden en krijgen ze een vastere rol binnen hun groep leeftijdsgenoten.

In dit boek komen allerlei thema’s aan bod zoals de ontwikkeling van het zelfbewustzijn, het belang van vriendschappen en erbij willen horen in de adolescentie. De veranderingen in het menselijk brein wordt uitgediept in de hoofdstukken ‘Binnen in de schedel’ en ‘Binnen in het levende brein’.

Het juiste soort risico’s:

Hoe komt het dat adolescenten meer geneigd zijn risico’s te nemen? Hierin speelt vermoedelijk de hypergevoeligheid van hersengebieden voor belonende prikkels een rol in combinatie met de relatief langzame ontwikkeling van de prefrontale gebieden die betrokken zijn bij zelfbeheersing. Adolescenten zijn meer geneigd zich impulsief te gedragen wanneer ze een beloning te krijgen. Als we bepaalde risico’s bij jonge mensen willen verminderen, is het een goed idee om ons te richten op de onmiddellijke, sociale gevolgen van acties en beslissingen in plaats van op het geven van ernstige waarschuwingen voor lange termijngevolgen.

Onderzoeksresultaten in het hoofdstuk ‘Als het misgaat’ geven aan dat omgevingservaringen, waaronder het gebruik van drugs, alcohol en technologie mogelijk de hersenen van adolescenten beïnvloeden. Het brein is gedurende deze levensfase ontvankelijker voor omgevingservaringen. Gelukkig zijn de hersenen bijzonder plastisch en is het nog niet te laat om in te grijpen met therapie als adolescenten extra hulp nodig blijken te hebben.

Onderwijs en het brein:

De auteur beschrijft dat de hersenen van adolescenten plooibaar en flexibel zijn: onderzoek naar hersenontwikkeling toont aan dat de adolescentie een periode van relatief grote neurale plasticiteit is, vooral de hersengebieden die betrokken zijn bij besluitvorming, planning en sociale cognitie. Dit heeft gevolgen voor ‘wanneer wat geleerd moet worden’ en zou van nut kunnen zijn bij de samenstelling van lesprogramma’s. Deze neurale plasticiteit kan in de klas aangegrepen worden om maximaal leren te bewerkstelligen. Wanneer scholen bijvoorbeeld daarnaast hun lestijden meer zouden aanpassen aan het biologische ritme van tieners, zou dit het leervermogen en de motivatie verbeteren en ook kunnen leiden tot een beter welbevinden.

Tevens kunnen de recente bevindingen uit de neurowetenschappen belangrijk zijn voor andere gebieden zoals het jeugdstrafstelsel.

Het is de reis die ertoe doet:

Zo’n twintig jaar geleden werd het gedrag van adolescenten vooral geweten aan de gierende hormonen, het wisselen van school en sociale veranderingen. Nu weten we dat het brein aanzienlijke ontwikkelingen ondergaat gedurende de adolescentie en dat deze hersenontwikkeling bijdraagt aan de kenmerkende wijze waarop adolescenten zich gedragen. Daarnaast kunnen onderzoekers beter begrijpen waarom zoveel psychische stoornissen beginnen in de adolescentie.

Ondanks dat de beeldvorming van adolescenten nogal eens negatief en stereotype is, beseffen we nu eindelijk dat typisch adolescentengedrag niet ondoordacht en destructief is. Dit gedrag heeft een reden. Risicogedrag, een vergroot zelfbewustzijn en meer tijd doorbrengen met vrienden zijn allemaal symptomen van een belangrijke fase van de hersenontwikkeling – het zijn tekenen van de reis die gemaakt wordt naar de volwassenheid. Volgens de auteur moeten we dit brein begrijpen, verzorgen – en vieren. Het is de reis die er toe doet. De adolescenten van vandaag zijn tenslotte onze toekomst.

Sarah-Jayne Blakemore (hoogleraar University College London) draagt met dit boek bij aan het vergroten van het bewustzijn van de cruciale ontwikkelingen tijdens de adolescentie. Wetenschappelijke feiten en onderzoeksbevindingen worden afgewisseld met persoonlijke ervaringen uit haar eigen leven en onderzoeksloopbaan. Dit geeft de inhoud van het boek ook een prettige luchtigheid en leesbaarheid naast de meer wetenschappelijke materie. Met een tiener in huis vond ik het boeiend om me aan de hand van dit boek te verdiepen in welke ontwikkelingen typerend zijn voor het tienerbrein.

Dit boek is interessant voor iedereen die zich wil verdiepen in het tienerbrein en zich niet laat weerhouden door de uitgebreide wetenschappelijke onderbouwingen van de huidige kennis over adolescenten. Het geeft wellicht ook een hoop vertrouwen voor ouders van hoogbegaafde tieners onder de lezers van Signaal. Het boek bevat achterin nog een uitgebreide lijst met illustratieverantwoording, noten en een index.

Uitgeverij Nieuwezijds (2019) – Amsterdam, ISBN 978 90 5712 5140    

Floor Paulissen

Deze recensie verscheen in Signaal 62.

Slim 2.0 en Mijn Hoogbegaafde Kind en Ik, een bespreking.

“Een arts die perplex was door de doordringende blik waarmee de pasgeborene hem observeerde, zodat hij geneigd was zich even voor te stellen”.
Dit lees ik in het boek Slim 2.0, uitgegeven door de Koepel Hoogbegaafdheid, in een artikel over Baby’s en Peuters (Frouke Welling). Ik ben met stomheid geslagen, dit is precies wat we meemaakten met onze oudste, inmiddels 18. Toen hadden we dus al kunnen weten; misschien wel hoogbegaafd…

En in een paar hoofdstukken verderop, over Onderpresteren lees ik: “Fietsen, een keer proberen, vallen en zeggen: ‘dat kan ik niet’. Voor het eerst op schaatsen en na twee streken vallen en zeggen: ‘doe maar weer af, ik kan het niet’.” (Frouke Welling en Annet Atsma)
Opnieuw herkenbaar, dit gaat over onze jongste. Inmiddels is hij 13, met het fietsen is het uiteindelijk goed gekomen, maar vermijdingsgedrag zoals het wordt genoemd in dit hoofdstuk herkennen we nog steeds.

Slim 2.0 staat vol met artikelen die herkenning geven. Maar niet alleen herkenning, ook uitleg , handreikingen, tips, informatie. Ouders van jonge tot zeer jonge hoogbegaafde kinderen, ouders van oudere hoogbegaafde kinderen, docenten die hoogbegaafde kinderen in de klas blijken te hebben, ouders die met school het gesprek aan willen gaan over hoe om te gaan met hun hoogbegaafde kind.

Voor al die opvoeders en begeleiders is er informatie terug te vinden waar uiteindelijk onze kinderen hun voordeel mee kunnen doen. Ik ontkom er niet aan het boek te lezen met mijn eigen kind(eren) in het achterhoofd, ook al staat mij een objectieve bespreking van het boek voor ogen, maar zo vergaat het vermoed ik alle lezers van het boek. Heb je te maken met hoogbegaafde kinderen op wat voor manier dan ook, de grote verscheidenheid aan artikelen maakt dat er werkelijk altijd iets in staat waarvan je denkt, “oh dus zo zit dat”.

“Hoogbegaafde kinderen nemen alles letterlijk. Zeg dus niet: ‘Je jas hoort hier niet’, want daar gaan ze misschien over nadenken , maar die jas wordt niet opgehangen. Zeg: ‘Hang je jas aan de kapstok in de gang’.”
Dit kom ik tegen als tip van een ouder in Mijn Hoogbegaafde Kind en Ik van Suzanne Buis. Heel erg waar,  ik breng dit vrijwel dagelijks in de praktijk, zo letterlijk mogelijk formuleren. Niet zeggen: ‘ga nu zitten’, maar ‘ga nu op je stoel zitten’, anders zit de jongste precies daar waar hij was toen ik het zei…

Of de tip van een van de deskundigen in het boek: “Weet dat deze de kinderen de lat voor zichzelf hoog leggen en leg die als ouder niet nog hoger” (Tessa Kieboom).  Dat kan ik mij ter harte nemen, verwacht ik niet te veel van de kinderen?

Ook dit boek lees ik in een ruk uit. Het is onderhoudend geschreven, met een heel duidelijke opbouw. Verhalen van ouders worden afgewisseld met ervaringen van deskundigen. De verhalen van de ouders beginnen met een tip. Het gedeelte waar de deskundigen aan het woord komen, kent eveneens een vast stramien. Zij vertellen wat zij als “valkuil” ervaren als het gaat om het opvoeden van hoogbegaafde kinderen, ze geven  een “tip”, en ze vertellen wat ze als “cadeau” ervaren ten aanzien van hoogbegaafde kinderen. Ik vind het een opsteker dat er zo veel “cadeaus” worden beschreven. Als ik weer eens in de clinch heb gelegen met een van beide kinderen  staat me dat niet altijd even duidelijk voor ogen. 

De deskundigen in het boek worden met naam en toenaam genoemd, als je het boek uit hebt, heb je ongemerkt kennis gemaakt met een heel groot gedeelte van de deskundigen die zich in Nederland bezighouden met hoogbegaafdheid. En weet je dus ook bij wie je eventueel wilt aankloppen als het fijn is om hulp te krijgen bij alle vragen die je hebt over hoe je kind het beste te begeleiden , of waar je kind zelf heen kan met alle vragen die het heeft.

Ik lees het boek inderdaad met een lach en een traan, zoals de schrijfster, Suzanne Buis, in haar inleiding al suggereert. Wat is er nog veel te bevechten als het om onze kinderen gaat, maar wat fijn om daar een boek bij te hebben dat zoveel handreikingen geeft.

In vergelijking met Mijn Hoogbegaafde Kind en Ik is Slim 2.0 een wat wetenschappelijker boek, met informatieve artikelen die veel herkenning geven en die af en toe met een praktijkvoorbeeld worden gelardeerd. Achterin is een zeer uitgebreide literatuurlijst opgenomen.  Het boek kent een rustige, duidelijke en overzichtelijke opmaak.

In Mijn Hoogbegaafde Kind en Ik, zijn het juist de ervaringsverhalen van ouders van hoogbegaafde kinderen die veel indruk maken en geven de deskundigen bruikbare, aan de praktijk gerelateerde  tips.  Achterin het boek staat tenslotte nog een checklist: is jouw kind hoogbegaafd? En een lijst met aanraders als je meer wil lezen over hoogbegaafdheid. Het boek is vrolijk en afwisselend maar herkenbaar opgemaakt.

Eveline Imelman-van Luyn