Diary of a Scared Minecraft Creeper, het vervolg

Dag 1

 

Ik ben een Creeper. Dat is dat. Ik heb geen huis, alleen een paar bomen als beschutting. Ik woonde hier eerst niet. Er was namelijk een speler die mij mijn grot heeft uitgejaagd. Ik ben nog steeds boos op hem. Ik ben niet ontploft, dat vond ik te riskant. Anders zouden mijn familie en ik nu dood zijn.

Ik wandelde vandaag door het bos. Mijn vriend de Spin was daar. Hij had een huis, namelijk een verlaten huis van een speler. Alleen kreeg ik het gevoel dat er toch nog iemand was, in Spin z’n huis. Misschien gewoon een vleermuis onder de grond…

Maar toen zag ik een naamkaartje met daarop : The zombiekiller. Oh-oh…

Ik kon hem afschrikken door voor het raampje van de deur te gaan staan, maar dat vond ik te gevaarlijk. We renden naar boven. Daar was een bibliotheek met een betoveringstafel waar we ons konden verstoppen.

“Ik ken dit hele huis uit mijn hoofd. Daar is een valluik met ladders!”, zei Spin.

“Okay, snel naar beneden!” zei ik. “Maar waarom klim je via de muur? Er is toch ook een ladder?”

“Ach, doe ik altijd.” antwoordde Spin. Ik lachte.

“Shhhh”, zei Spin “straks hoort hij ons nog!”

We zaten in een donkere grot. Gelukkig gaven Spin zijn ogen licht. We keken rond.

“Spin? Hij weet sowieso dat we hier naar beneden zijn gegaan, want we kunnen de luiken niet dichtdoen.”

“Ik ken een vriend die hier ergens woont.” zei Spin.

“Wie?”

“Skeleton. Kijk, daar is zijn huis. Ik zie zijn been al!”

“Waarom ligt het hier op de grond?” vroeg ik.

“Hij is waarschijnlijk een ander been aan het passen.” antwoordde Spin.

Ik dacht dat we hier wel even konden blijven. Ik werd al snel vrienden met Skeleton en hij had zelfs een lunch gevonden: voor Spin een appel, voor mij wat buskruit en voor hem een emmer melk voor zijn botten. Spin zei: “Dit is dus Creepie waar ik het weleens over heb, Skeleton!”

Ik knabbelde een beetje aan het buskruit en toen hoorde ik een andere spin.

“Grottenspin! Daar ben je! Ik was al dagen naar je op zoek!” Spin keek blij.

Grottenspin zei: ¨Er komt een speler aan!¨

“Hoe heet hij?” vroeg ik.

“The zombiekiller!”

Spin en ik schrokken.

“O nee!! Niet The zombiekiller! Die speler zagen we al de hele tijd!”

“Hij heeft maar een houten zwaard.”

“Dat is alsnog sterk! Snel Skeleton! Spring op mijn rug en pak je boog! Grottenspin, geef hem vergiftiging!” beval Spin.

Ik wilde graag meehelpen, maar ik was gewoon te bang. Ik zag hoe Skeleton een pijl naar hem schoot en dacht: “Waarom ben ik overal bang voor?” De spinnen vlogen bijna om hem heen. Maar toen hoorden we een geluid. Een Wither! Waaaaaah!!!! Dat is de gevaarlijkste mob die iedereen aanvalt!

“We moeten hier zo snel mogelijk weg!” riep ik tegen de anderen. We renden door de grot naar de ladders, klommen omhoog en zagen dat de hele bibliotheek was vernietigd! We renden heel snel naar beneden. We zagen het huis helemaal opgeblazen worden door de Wither.

We renden en renden en renden. En toen zag ik iets…

 

Dag 2

Ik zag een open grot met andere Creepers. Mijn familie! Ik rende zo hard als ik kon naar ze toe. Ze zagen mij en ze renden ook naar mij toe.

“Ik heb jullie zo gemist! Creepertje is al groot!” zei ik.

“Ik weet nog hoe die speler heet die jou de grot heeft uitgejaagd; De zombiekiller.” zei Creepertje.

“Nee hè¨, dus hij heeft alles veroorzaakt!”

“Hoezo?” vroeg hij.

“Hij is ons gevolgd in Spins huis en beneden wou hij ons doodmaken met een houten zwaard!” legde ik uit.

Creeper (dat is mijn vader) vroeg: “Een houten zwaard? Dat is toch niet zo sterk? Bovendien waren jullie met zijn tweetjes!”

“Je weet hoe ik ben, pappa. Maar ik was niet alleen met Spin, ik was ook nog met Grottenspin en Skeleton.”

“Dan zijn jullie al helemaal sterk!”

Grottenspin was er ook bijgekomen en antwoordde: “Maar er was een Wither!!!”

“Een Wither!? Dan moeten we zo snel mogelijk de grot verder in!!”, riep Creeps (mijn moeder).

“Maar we kunnen niet mijnen!”, wierp ik tegen.

“Ik heb een vriend die dat wel kan: MiniZombie! Hij is nu onder in de grot aan het mijnen!”, zei Creepertje.

Skeleton:”Ok we gaan!”

En zo gingen we met zijn achten naar beneden: Creepertje, Creeps, Creeper, Spin, Grottenspin, Skeleton, MiniZombie en ik.

 

Dag 3

We waren nu heel diep in de grot. MiniZombie had geen toortsen, gelukkig gaven de ogen van Spin en Grottenspin licht. We kwamen in een heel diep gat met een oranje vloeistof en in de muur zat een goudkleurige stof. Ik zag ook een lichtblauwe stof. Ik heb wel eens gehoord dat de spelers daar altijd op zoek naar zijn. MiniZombie begon te hakken in het lichtblauwe spul. Hij plaatste een werkbank en maakte een lichtblauw harnas voor Skeleton! Hij maakte ook een lichtblauw houweel, waarmee hij veel sneller hakte.

Ik zag hoe we weer naar boven gingen. Toen we boven waren, zagen we een speler die vier blokken zielenzand in een t-vorm had gezet. Ik zag ook twee witherhoofden erop. Hij wou een Wither bouwen!!!

Skeleton schoot snel naar de speler, die toen heel snel wegrende. MiniZombie sloopte de nog net niet gebouwde Wither, die daardoor niet geactiveerd zou worden.

We liepen door het bos en toen zagen we een bos met dennenbomen en sneeuw! Iedereen, behalve Skeleton, rende er naar toe. Grottenspin riep hem toe:”Skeleton, kom ook! Het is hier heerlijk!”

“Nee, in dit bos zijn wolven, en die hebben het voorzien hebben op mijn botten!”, antwoordde Skeletton.

 

Dag 4

We renden door het bos. Skeleton zat op de rug van Spin, omdat hij niet door de wolfen gepakt wou worden. We kwamen bij een gigantische basis gevuld met spelers! De spelers hadden allemaal rood spul in hun handen en bouwden sporen van dat spul.

“Dat zijn spelers die met redstone bezig zijn!” wist MiniZombie.

“Met wàt?” vroeg Spin.

“Met redstone, wat dat dan ook mag zijn.” zei ik.

De spelers maakten een duwend ding. Ik hoopte dat ze ons niet zouden zien, want MiniZombie zat in hun bouwwerk te hakken. Maar helaas, een speler zag ons. Vreemd genoeg alarmeerde hij de andere spelers niet! Wat bleek: hij was geen speler, maar een zombie met een Steve-hoofd!

MiniZombie (die zo klein was dat ik hem nauwelijks nog kon zien in de sneeuw)zei:”Oh, hallo grote vriend. Wie ben jij?”

De zombie zei niks en liep weg. MiniZombie ging op Grottenspin achter hem aan.

Skeleton ook, tenminste, dat dacht ik. Want wat eigenlijk gebeurde was dat Skeleton gevlucht was voor een roedel wolven.

We hoorden in de verte de Wither en renden achter ze aan.

 

Dag 5

We liepen door een berkenbos, voeren over de oceaan (waar Spin zijn vriend Inktvis ontmoette) en reisden zelfs naar de Nether, wat een vreemde wereld is. Toen we weer terug waren, kwamen we bij een mesa biotoop. Er was rood zand, wat ik eerder nog nooit gezien had. Ik dacht:”In deze dorre wereld zullen wel geen spelers zijn.” En ik had gelijk, geen speler te zien. Maar ik zag allemaal gaten in de grond; de Wither was er al geweest!

Ik hoopte dat we niet weer een grot in moesten. Maar, ja hoor! Later zaten we alweer in een grot. En we hadden heel veel honger. De laatste keer dat ik gegeten had was bij Skeleton. Toen zagen we iets! Ik dacht dat het een fata morgana was, maar het was echt! Een kraampje met wortels!

De speler erin wist niet hoe snel hij weg moest vluchten toen wij ernaartoe renden.

Dat was wel logisch. Als ik een grote groep van -hoe zij ons noemen- monsters zou zien, zou ik ook wegrennen. We pakten allemaal een hoop wortels en aten er een paar. MiniZombie had er een paar op en ging graven naar goud: een geelkleurig spul (hij noemde het goud).

 

Dag 6

We verveelden ons, we zaten in een verlaten huis. Er was hier geen speler. Tenminste, dat dacht ik.

De vriend van The zombiekiller woonde hier!

The Creeperkiller kwam op ons af. Ik en Creepertje sprongen opzij, maar mijn vader en MiniZombie werden gepakt!

Hij nam ze mee ergens naartoe. Ik hoopte niet dat hij iets ergs met ze ging doen!

“We moeten voorzichtig zijn”, waarschuwde Creeps “MiniZombie en Creeper zijn weg!!”

“Ik ben bang!” fluisterde Spin

“I-ik o-ook!!” zei ik bibberend.

We zaten met ons zessen in een verlaten huis, verstopt voor een Wither. We konden ook hier niet blijven.

Opeens had Skeleton een idee:”Wat als we nou eens we dezelfde weg teruggaan, en de spelers van het redstone fort om hulp vragen? We moeten natuurlijk wel uitkijken voor de Wither.”

We liepen, renden en zwommen de hele route terug naar het redstone fort. Er waren bouwwerken vernietigd en mijn wortels waren ook bijna op. Skeleton sloeg een speler neer en deed zijn armor aan, met een Steve hoofd, zodat hij net op een speler leek. Hij liep naar een speler toe, en de speler zei treurig: “O nee, het is toch zo erg. De Wither heeft heel veel gesloopt… wacht eens even, hoe heet jij?”

Skeleton zei:”Ik, eh, ik heet Bob.”

“O, aangenaam kennis te maken, Bob. Ik heet Ben. Wil jij ons helpen met het opnieuw bouwen van de dievenval?”

“Oké, hoe werkt het? Ik ben nog niet zo bekend met dit redstone.”

 

Dag 7

Ik wou gisteren wel meer vertellen, maar ik was in slaap gevallen. Het sneeuwde nog steeds. En ik was moe, het was midden in de nacht. Vandaag doe ik rustig aan, want het wordt spannend morgen.

Het kwam goed tussen Skeleton en de spelers van het redstone fort. Ik hoorde dat vandaag pas.

Skeleton had de Wither gezien en mijn vader gevonden! Hij had ook nog de zombie met het Steve hoofd gezien.

Ik vroeg hem:”Waar is MiniZombie?”

Skeleton mompelde iets over een fabriek waar zombies en andere mobs in werkten.

Ik schreeuwde bijna:”Wat?!?! Is MiniZombie aan het werken om meer Withers te maken?!”

“Ze hadden een soort van machine op hun hoofd waardoor ze doen wat de spelers zeggen.”

“O nee, we moeten ernaartoe!”

Spin stelde voor dat we ons beter konden vermommen met zo’n machientje op ons hoofd.

“Maar worden wij dan niet ook beheerst?” vroeg ik bang.

“Nee, want we maken ze zelf.” antwoordde Spin.

 

Dag 8

Skeleton leidde ons de weg naar de fabriek. Ik hoorde de Withers hun vreemde geluid maken. Ik was bang dat we ondekt zouden worden, maar Spin zei dat we echt een goede vermomming hadden.

Skeleton had zichzelf weer vermomd als speler, en liep naar de spelers toe. Ben zei:”Hallo Bob!” Skeleton zei “hoi” terug. Spin, ik, Creeps, Creepertje en Grottenspin gingen naar de Nether met scheppen om zogenaamd ‘zielenzand’ te hakken voor de Withers. Mijn vader was er niet bij, want ze wisten dat hij ontsnapt was. Ik zag hoe heel veel andere mobs ook aan het werk waren en toen zag ik MiniZombie!

 

Dag 9

Spin klom naar het dak van de Nether. Hij zag dat er Wither-Skeletons hun hoofden op de Withers plaatsen, de Withers hadden daarom ook machines op hun hoofd. Daardoor werden de Withers beheerst door de spelers!

De zombiekiller, De creeperkiller en De skeletonkiller schoten gaten in de Nether met de Withers. Ik vluchtte de portal weer in in en ik was terug in de fabriek. Maar The slimekiller en The endermankiller stonden voor de portal! Ik vluchtte meteen de portal terug in, maar The slimekiller en The endermankiller kwamen achter me aan…

 

Dag 10

Plotseling kwam MiniZombie eraan! Hij was in de lava gevallen en daardoor was het machientje op zijn hoofd kapot gegaan. Hij werd niet langer beheerst en sprong op The slimekiller af. Hij gooide hem in de lava.

The endermankiller en The creeperkiller stormden op ons af en MiniZombie werdt geraakt. MiniZombie had geen pijn, hij had immers een lichtblauw harnas aan. De volgende slag ontweek hij en The creeperkiller viel in de lava.

Skeleton schoot met zijn boog onopvallend naar The zombiekiller, die daardoor ook in de lava viel. Grottenspin had intussen de andere spelers vergiftiging gegeven en ze waren allemaal verslagen.

Allemaal, behalve The creeperkiller. Hij sprong op ons af! Wij hadden geen energie meer. Maar toen kwam de zombie met het Steve-hoofd. Hij stormde op The creeperkiller af en gooide hem in het vuur. The Creeperkiller schrok zo, dat hij voor de tweede keer in de lava viel.

We juichten, en we gooiden MiniZombie en de zombie met het steve-hoofd in de lucht van blijdschap.

Toen gebeurde er iets wonderlijks: ik was niet bang meer! Onder het huis van Spin had een vleermuis gezeten. Door die vleermuis was ik bang. Maar de vleermuis was nu in de lava gevlogen. Daarmee was mijn angst verdwenen.

We vierden feest, de hele dag. Ik kreeg van Spin een mooi cadeau: een kip! Ik noemde hem Harry en daar eindig ik mijn dagboek. Dit was het.

Einde

Tristan van Wierst