Wat is hoogbegaafd?

Hoogbegaafd, je hoort steeds vaker de term hoogbegaafd vallen, maar wat is “hoogbegaafdheid” precies?

Van hoogbegaafdheid bestaan verschillende definities. Sommigen beschouwen de uitzonderlijke potentie, bijvoorbeeld hoge intelligentie, als hoogbegaafdheid, terwijl volgens anderen slechts van hoogbegaafdheid sprake is indien ook de prestaties daadwerkelijk uitzonderlijk hoog zijn. De laatsten zullen uitzonderlijke potentie definiëren als ‘hoogintelligent’. De bijzondere begaafdheid kan tot uitdrukking komen in motorische, artistieke, sociale en intellectuele vaardigheden.

In de meeste gevallen wordt hoogbegaafdheid echter wel verbonden aan hoge scores op een intelligentietest, waarbij men ervan uitgaat dat prestaties boven de 98 percentielgrens als hoogbegaafd/hoogintelligent gekwalificeerd moeten worden. Bij de in Nederland meest gebruikte intelligentietest, de WISC, komt dat overeen met een IQ van 130 of hoger. Diverse wetenschappers hebben begaafdheid in een model vervat. Onderstaand worden drie zeer bekende modellen besproken.

De Positieve Desintegratie Theorie van Dabrowski

Dr. Kaziemierz Dabrowski (1902-1980) was een Poolse psycholoog, psychiater en filosoof. Hij ontwikkelde de Positieve Desintegratie Theorie. Deze persoonlijkheidstheorie staafde hij met veel klinisch, empirisch en biografisch onderzoek. Hij richtte zich daarbij vooral op getalenteerde en begaafde mensen. Hij heeft heel veel werk nagelaten waarvan een groot deel nog niet is vertaald. Omdat hij pas later Engels leerde, is veel van zijn werk in het Pools. De eerste versie van zijn theorie schreef hij in 1937. Lees meer

Het meer-factoren-model

Op basis van empirisch onderzoek naar hoogbegaafdheid kwam Renzulli (1978, 1981) tot zijn ‘drie-componentenmodel’. Hierin kwam hij tot de conclusie dat de basis voor hoogbegaafdheid bleek te liggen in een samenspel van drie componenten: Lees meer

Het model van Cagné

Een ander model waarin de interactie tussen de verschillende factoren wordt aangegeven, is het onderstaande model van Gagné (1985, 1991). De “aptitude”-domeinen, dat wil zeggen: aanleg, zijn genetisch bepaald en ontwikkelen zich min of meer spontaan. Er zijn echter twee soorten katalysators: de intrapersoonlijke en de omgeving. Tezamen bepalen zij hoe de aanleg zich gaat ontwikkelen en uiten. Lees meer