Jonger naar VO: Alert blijven

De situatie:Bij ons ging het om Ronald die aan het begin van het schooljaar tien zou worden. aan de ene kant waren we opgelucht dat hij naar het voortgezet onderwijs kon. Hij zelf was trouwens razend enthousiast. Nu zou hij immers eindelijk gaan leren. Uiteraard waren er ook de zorgen en hadden we zo onze vragen: Hoe zou dat gaan met zo’n relatief kleine leerling tussen bijna tweeduizend medeleerlingen? Hoe groot zou de acceptatie zijn door de leerlingen en de leerkrachten? En gaat hij die loodzware rugtas vol met boeken dragen?

De ouders vooraf:
We hebben ons al uitgebreid laten voorlichten door diverse scholen bij ons in de omgeving vanaf het moment dat Ronald in groep 6 zat. De directeur van de basisschool heeft zich destijds erg ingespannen om ons te helpen en te adviseren. Na een openhartig en goed gesprek is Ronald aangenomen op het gymnasium van een scholengemeenschap van bijna tweeduizend leerlingen. De school had al enige ervaring met dit type kinderen, zei men. Voor ons was het belangrijk om vòòr de zomervakantie al te praten met de mentor die Ronald zou krijgen. Tijdens dat gesprek hebben we het gehad over praktische zaken zoals het gewicht van de rugtas, de gymlessen en fietsen naar de gymlessen. Daarnaast hebben we gesproken over de acceptatie in de groep en hoe de school omgaat met pestgedrag. We kregen een positief gevoel over zowel de mentor als de teamleider en de school.

De ouders nu:
Vanaf dag één was Ronald razend enthousiast over de lessen. Hij heeft inmiddels zelf een efficiënt systeem bedacht om zo min mogelijk boeken door de school heen te moeten dragen. Hij haalt goede cijfers, maar heeft nog wel begeleiding nodig in het plannen van zijn huiswerk. Plannen en ‘leren leren’ zijn zaken waar hij het nog steeds moeilijk mee heeft. Wat we wel heel leuk vinden om te zien is dat hij een paar vrienden heeft met wie hij dagelijks omgaat. Dat was op de basisschool vaak een groot gemis, de eenzaamheid was erg groot.

“Nu loopt hij tegen leerkrachten aan die hem niet zo goed begrijpen en dat op hem afreageren. Vooral bij gymnastiek is dat een probleem. Bijvoorbeeld bij het hoogspringen: voor een kind dat zelf 1,34 meter lang is, is het best knap om 1,10 meter hoog te springen. Helaas kon de leerkracht deze prestatie niet in de juiste verhouding zien. Ook de leerkracht tekenen begrijpt niet dat een kind van net tien jaar anders tekent dan een kinderen van een jaar of twaalf.”

“Het maken van proefwerken met veel schrijfwerk is vaak een probleem, waardoor hij het niet helemaal af krijgt binnen de tijd en daardoor een lager cijfer haalt, terwijl hij de stof wel volledig beheerst. De school hebben wij hierop geattendeerd, maar de programma’s (faciliteitenkaarten) die men hiervoor heeft zijn niet voor hoogbegaafden, wel voor dyslectici en beelddenkers.”

“Wat ons verbaast en is tegengevallen is dat er in zijn gymnasium klas kinderen zitten die het niet nalaten hem en anderen te vertellen dat Ronald niet thuishoort op het gymnasium vanwege zijn leeftijd. Terwijl hij zeer goed meedraait en de mentor bij de introductie een duidelijk verhaal heeft gehouden over Ronald. Kennelijk kunnen zelfs deze leerlingen niet accepteren dat een tienjarige ook op het gymnasium kan zitten. Er is nog erg veel jaloezie onder een groep klasgenoten.”

Het contact met de mentor is intussen redelijk te noemen. We merken als ouders dat veel problemen, ook van andere leerlingen, door de school erg gebagatelliseerd worden en dat er snel verwezen wordt naar een ‘misverstand’. Over hoogbegaafde kinderen is er bij de meeste leerkrachten in deze school voor het voortgezet onderwijs weinig tot geen kennis, is onze indruk. Dat merken we ook aan de antwoorden die we krijgen van de school op vragen die we stellen. Al met al zal het een kwestie blijven van er bovenop zitten, en alert blijven.