Sleutel tot geluk: zelfkennis

Soms kom ik vermoeide ouders tegen die me vertellen dat hun kind ook hoogbegaafd is. Dan is er meteen een klik. Soms kom ik tijdens een gesprek op het onderwerp hoogbegaafdheid en vertel ik wat ik denk dat het inhoudt, omdat er niet altijd begrip is voor onze keuzes. Mijn uitleg houd ik meestal kort: hoogbegaafden kunnen inderdaad goed leren maar ze geven dat weinig kans, omdat ze kenmerken bezitten die het simpel gebruik van een goed stel hersens in de weg zitten. Want meer dan vaak wordt gedacht dat hoogbegaafdheid ‘goed kunnende leren’ is, dat daar eenvoudig naar te handelen is en dat alles dan appeltje-eitje is. Niets is minder waar.

Onze zoon is hoogbegaafd. Eigenlijk hadden we er nooit zo’n erg in omdat we binnen ons gezin alle drie op dezelfde manier in het leven staan (het is niet voor niets erfelijk) maar zoonlief verzuimde van jongs af aan al veel in het reguliere schoolsysteem. Niet op sociaal vlak, altijd bergen vriendjes en nog steeds, maar op cognitief vlak gaf hij het al gauw op. De HB-test van een aantal jaar geleden gaf duidelijkheid. Toen hebben we een school (‘slechts’ 55 km verderop) gevonden die bij hem past, waar de juf een ‘coach’ is in plaats van een juf en die haar kids uitdaagt en leert leren. Zoonlief zit nu in groep 8 zeer gelukkig te wezen. Natuurlijk, dit is ons traject in een notendop. Hoofdbrekens, slapeloze nachten en afscheidstranen waren ons deel, maar als alles dan eenmaal op de rit staat en iedereen weer lekker in z’n vel zit dan is het snel vergeten, toch? Of niet?!

Pas op: hoogbegaafdheid is geen statussymbool, zoals ik helaas toch nog wel eens in mijn omgeving zie, het is eerder een hardnekkige karaktereigenschap. Mijn advies: help een kind zelfinzicht te krijgen en geef het handvaten om zijn of haar leven prettig te leven. Een kind dat zegt “ik voel me anders dan anderen”, we voelen met hem mee en we kunnen er met onze volwassen-ratio wel tegenin gaan maar dat helpt hem eigenlijk niet. Of een kind dat vindt dat alle tienen op haar rapport nog steeds niet goed genoeg zijn, idem dito.

Wat helpt (wat ons in ieder geval helpt) is de bevestiging van de observatie: “Ja, het klopt dat je je zo voelt. Dat hoort bij hoogbegaafdheid en bij jouw hoog-gevoeligheid. Zullen we er samen over praten en lezen wat we ermee kunnen doen om van jezelf te leren houden zoals je bent?” Dus de bevestiging van de realiteit en tegelijkertijd vertellen dat het kind zich vaker zo zal voelen omdat dat nu eenmaal bij haar of hem hoort. En wie zegt dat een normaalbegaafd kind met bijvoorbeeld een driftige karaktertrek ook niet unhappy is? Google maar eens: Jip en Janneke ‘Middeltje tegen Drift’. Moeder geeft Janneke een tip om om te gaan met haar drift. Soms helpt het, soms niet maar Janneke is zich er wel van bewust. En daar zit naar mijn idee de sleutel tot ons geluk: zelfbewustzijn, acceptatie en handvaten kennen om met jezelf om te kunnen gaan. Want met die hersenen zit het wel goed en ook daarvoor kunnen we ze met gemak inzetten.