Vakantieverhaal

We zijn net terug van vakantie, gebruind, uitgerust en weer vol goede moed. Met zijn drieën naar een tropisch eiland, niet naar een drukke toeristenbestemming, maar een rustig dorpje, geen vertier, niet veel toeristen.

Mijn zoon (12 jaar) heeft veel vrienden gemaakt. De eerste is een Spaanse jongen met het syndroom van Down. Hij slaat de hele dag keihard tegen een bal en iedereen blijft uit zijn buurt. Mijn zoon niet, hij fungeert eerst als ballenjongen en langzaam krijgt hij contact met de Spaanse jongen. Hij weet eerst zijn naam niet en thuis heeft hij het over de Tibetaan, hij wil niet steeds zeggen “ik ga naar de jongen met het syndroom van Down” en Mongool kan hij niet uitspreken, dat heeft zoiets negatiefs. Ergens bewondert hij de Tibetaan omdat hij zo loeihard kan slaan tegen de bal. Andere kinderen lopen in een boogje om de Tibetaan heen, mijn zoon laat de andere kinderen zien hoe goed de Tibetaan is. Mijn zoon knoopt met iedereen een praatje aan. Uiteindelijk spelen ze allemaal samen, mijn zoon en de Tibetaan in een team en samen zijn ze onoverwinnelijk.

Mijn zoon heeft een leren bal gekocht en de Tibetaan schopt hem zo hard dat er een gat in zit, met tranen in zijn ogen komt hij zijn eigen voetbal naar mijn zoon brengen, die de bal niet wil aannemen. Maar het moet van de Tibetaan en zijn ouders. De volgende dag koopt mijn zoon een nieuwe mooie bal voor de Tibetaan en samen kunnen ze weer verder spelen. Er komen mensen naar me toe om te vertellen wat een fijne knul mijn zoon is, en ik glunder. Verder heeft hij twee meisjes van 5 en 6 jaar waar hij regelmatig een soort grote broer voor speelt. De ouders van de meisjes zijn ook aardig en de vader heeft een eigen bedrijf en een interessant leven, hij heeft veel gereisd in Zuid-Amerika. Hij gaat voor de vader een internetsite maken. Ook deze mensen vertellen mij wat een geweldige knul hij is, en ik glunder.

Er loopt een hond in de buurt die iedere dag bij mijn zoon komt om te spelen of iets te eten te bedelen. Samen rennen ze over het strand en de hond, inmiddels Spikey genoemd, laat mijn zoon zien waar de vis zit. Er komt een groep jongens, voor het eerst zonder ouders op vakantie, hij voetbalt met ze, heeft gesprekken over internetsites, de laatste muziek enz. De jongens vinden hem cool en ik glunder, een Duitse jongen van zijn eigen leeftijd gaat regelmatig met hem vissen en ze hebben samen veel plezier, de vader komt vertellen hoe blij hij is dat zijn zoon zo?n leuke vakantievriend heeft, en ik glunder.

Het meisje van de supermarkt waar hij elke dag broodjes haalt is gek op hem, en ik glunder. Dan komt er een attractie op het strand en de eigenaar ziet dat mijn zoon mensen naar zich toe trekt en vraagt of hij voor hem wil komen werken. Er worden foto’s gemaakt en iedere keer als het stil is mag mijn zoon op een trampoline met elastieken springen zodat er weer klanten komen. De eigenaar vertelt me dat hij mijn zoon een leuke vent vindt en dat hij altijd werk voor hem heeft als hij wat ouder is. Ik glunder, al die mensen die precies hetzelfde zien als ik, een fantastische knul. Waarom is dat zo bijzonder? Thuis wordt mijn zoon door school en deskundigen als sociaal erg zwak gezien. Een vakantie om nooit te vergeten dus. Toen we naar huis gingen riep een Spaanse vader mijn zoon na “You are the best of the world” en zo is dat.

Een glunderende moeder